Gast in Beth-El Rondom het huis van God ontmoeten we elkaar

De Samaritaanse vrouw

Loop jij weleens ergens omheen? Neem jij wel eens een omweg om iemand niet te hoeven tegenkomen? Omdat je niet zit te wachten op contact met die persoon?

Waarom stopt de Heere Jezus in Samaria?

Veel Joden lopen ook ergens omheen. Om Samaria. De plaats waar de Samaritanen wonen. Dat zijn mensen die het Jodendom met het heidendom hebben vermengd. En daarom gaan ze de Samaritanen liever uit de weg.

De Heere Jezus is met Zijn discipelen onderweg van het zuidelijk gelegen Judea naar Galilea. En de Heere Jezus gaat dwars door Samaria. Aangekomen bij Sichar, een stad in Samaria, houden ze halt.

Wie is die vrouw uit Samaria?

Jezus gaat vermoeid bij de bron in Sichar zitten. Het is 12 uur in de middag. Bijna het heetste moment van de dag. Er komt iemand steeds dichterbij. Het blijkt een eenzame vrouw te zijn die een kruik draagt. Dat doet toch niemand? Daar is het veel te warm voor. Waarom wil deze vrouw juist nú water putten? Zou ze niet samen met anderen willen putten?

Als je weet wie deze vrouw is, begrijp je het beter. De mensen uit Sichar kijken op haar neer. Ze willen geen contact met haar omdat ze een slechte vrouw is die met meerdere mannen getrouwd is geweest. Ze lopen met een boog om haar heen.

Ontmoeting met de Heere Jezus

De vrouw loopt zonder te kijken langs de Heere Jezus. Ze heeft gezien dat het een Jood is. Onverstoorbaar laat ze een emmer in de put zakken en giet deze leeg in haar waterkruik. Dan hoort ze de Vreemdeling zeggen: ‘Geef Mij te drinken.’

Verbaasd kijkt ze op. Wat vraagt die Man aan haar? Ze weet dat mannen in die tijd niet zomaar een vreemde Samaritaanse vrouw, die ook nog alleen is, aanspreken. Daarom vraagt ze heel verbaasd: ‘Hoe kunt U, Die een Jood bent, van mij, een Samaritaanse vrouw om water vragen?’ De vrouw verwacht dat Jezus haar vraag beantwoordt, maar dat gebeurt niet.

Levend water

De Heere Jezus zegt: ‘Als je wist Wie Ik ben, dan zou je Mij om drinken vragen. Ik zou je levend water geven.’ De vrouw antwoordt: ‘Heere, U hebt geen emmer en de put is diep, waar hebt U dan het levende water vandaan gehaald?’ En een beetje spottend zegt ze: ‘Bent U soms belangrijker dan onze vader Jakob die ons de put gegeven heeft en daar zelf ook uit gedronken heeft?‘

Nooit meer dorst

De Heere Jezus geeft geen rechtstreeks antwoord op haar vraag. Hij zegt: ’Iedereen die van dit water drinkt, krijgt weer dorst. Maar wie drinkt van het water dat Ik geef, zal in eeuwigheid geen dorst krijgen!’ De vrouw denkt na: nooit meer dorst? Dat lijkt haar wel wat!  Ze reageert daarom: ‘Heere, geef mij dat water, dan zal ik geen dorst meer hebben en hoef ik nooit meer naar de put.’

Maar bedoelt de Heere Jezus het water uit de put? Nee, Hij bedoelt de Heilige Geest. Als de Geest in je hart komt, dan krijg je een verlangen naar de Heere. Dan laat Hij je zonden zien, maar krijg je ook verlangen naar vrede met God. Een verlangen dat levend is en nooit meer over gaat. Die Geest zal dan voor eeuwig in je hart wonen.

De Heere Jezus weet alles

De vrouw begrijpt het niet. Maar de Heere Jezus wil dat ze Hem nodig krijgt en begrijpt Wie Hij is. Daarom begint de Heere Jezus ineens over iets heel anders. ‘Ga naar de stad, haal je man en kom weer terug’. ‘Ik heb geen man’, reageert de vrouw kortaf. ‘Nee, dat is waar’, zegt de Heere Jezus. ‘De man waar u nu bij woont en waarmee u leeft, is uw man niet. Maar u hebt al wel vijf mannen gehad.’ Hier schrikt de vrouw van. Hoe weet Hij dat?

De Heere Jezus laat zien dat Hij alles van haar weet. Hij weet ook alles van jou en mij. Hij weet wat je doet en denkt. Ook de dingen die je stilletjes doet, zonder dat iemand je ziet. God ziet jou altijd.

Wat wil de Heere Jezus van deze vrouw?

Hij wil dat ze haar zonden ziet en Hem nodig krijgt. Maar de vrouw begint snel over iets anders. Ze merkt dat Hij een profeet is. Dan kan ze Hem mooi een vraag stellen: ‘Ik zie dat U een profeet bent. Onze vaders hebben ons geleerd dat we op de berg Gerizim moeten bidden. Maar de Joden zeggen dat je alleen mag bidden in Jeruzalem op de berg Sion. Wie heeft er nu gelijk? Waar moeten we bidden?’

De Heere Jezus antwoordt de vrouw dat het er niet om gaat wáár je God aanbidt, maar hóé je Hem aanbidt. Of je Hem oprecht aanbidt en met je hele hart. Daar gaat het om.

Geloof jij ook al?

De vrouw zegt: ’Ik weet dat de Messias zal komen en dat Hij ons al die dingen zal vertellen.’ Jezus antwoordt: ‘Ik ben het Die nu met u praat.’ Dat is genoeg voor de vrouw. Ze laat haar waterkruik staan en loopt direct naar de stad. Ze is zo vol van wat ze heeft gehoord, ze kan niet meer zwijgen. Ze vertelt in de stad over de Man Die ze bij de put heeft ontmoet. De Man Die alles van haar weet. Zou Hij de Christus zijn? De mensen worden nieuwgierig en lopen met de vrouw mee naar de waterput.

De Heere Jezus heeft het zaad van Zijn Woord in het hart van de vrouw gestrooid. De Samaritanen zijn onderweg. Ze komen naar Hem toe. Ze hebben Hem nodig als Zaligmaker. Ze vragen: ‘Wilt U een paar dagen bij ons blijven en ons nog meer vertellen?’ De Heere Jezus doet dat en het worden gezegende dagen. Veel Samaritanen komen tot bekering. Ze geloven in de Heere Jezus.

Geloof jij ook al? Loop niet met een boog om Hem heen, maar vraag of jij ook mag putten uit de Bron van levend water!

Zie ook de vorige artikelen uit deze serie:
Jona en de wonderboom.
Jona op de vlucht voor God.
Jona bidt in de vis tot God.
Jona alsnog naar Ninevé.

Meer weten? Lees ook Is het Evangelie uniek?
Bijbelcursus volgen?